Heinen past wetsvoorstel box 3 aan na verzet senaat - invoeringsdatum 2028 onzeker
Lees meer
Laatste nieuws

Belastingupdates

Volg de laatste ontwikkelingen rondom Box 3 en de Wet Werkelijk Rendement

eerste kamerwetgevingheinenaanpassing36748breaking
25 februari 2026

Heinen past wetsvoorstel box 3 aan na verzet senaat

Minister Heinen gaat 'terug naar de tekentafel' met het wetsvoorstel voor box 3. Na een golf van protest van beleggers en kritische opmerkingen vanuit de Eerste Kamer kondigt hij aanpassingen aan. Wat er precies wijzigt is nog niet bekend. De invoeringsdatum van 1 januari 2028 staat hierdoor onder druk.

Minister Eelco Heinen van Financiën heeft op 25 februari 2026 aangekondigd dat hij het wetsvoorstel voor box 3 gaat aanpassen. Hij gaat 'terug naar de tekentafel'. Dat meldt het Financieele Dagblad vanmorgen.

De aanleiding is tweeledig: een golf van protest van beleggers en kritische opmerkingen vanuit de Eerste Kamer bij de start van de behandeling van het wetsvoorstel. De combinatie van beide heeft Heinen blijkbaar doen besluiten dat het huidige wetsvoorstel politiek niet houdbaar is in de Eerste Kamer.

Heinen waarschuwt daarbij dat vernieuwing van de belasting op vermogensrendement noodzakelijk blijft, en dat er geen extra budgettaire ruimte beschikbaar is voor aanpassingen die de opbrengst verlagen.

Bron: Financieele Dagblad, 25 februari 2026

Het wetsvoorstel zoals aangenomen door de Tweede Kamer op 12 februari 2026 is niet meer het eindpunt. Er komt een gewijzigde versie. Die moet opnieuw door het wetgevingsproces, wat betekent:

eerste kamerwetgevingvoortgang36748planning
25 februari 2026

Eerste Kamer plant technische briefing op 17 maart - stemming volgt in het voorjaar

Na de procedurebespreking van 24 februari heeft de Eerste Kamer besloten een technische briefing te vragen bij het ministerie van Financiën, gepland op 17 maart 2026. Daarna volgt de eigenlijke inhoudelijke behandeling. Een stemming wordt verwacht in het voorjaar van 2026.

De commissie voor Financiën (FIN) van de Eerste Kamer besprak op 24 februari 2026 de procedure voor de behandeling van wetsvoorstel 36.748. Dat leidde tot een concreet eerste besluit: het ministerie van Financiën wordt gevraagd een technische briefing te houden op 17 maart 2026.

Bron: eerstekamer.nl

Een technische briefing is een toelichting door ambtenaren op de inhoud van het wetsvoorstel. Het is geen politiek debat, maar een gelegenheid voor senatoren om vragen te stellen over de werking van de wet in de praktijk. Denk aan vragen over de uitvoerbaarheid door de Belastingdienst, de overgangsregels en de technische details van de vermogensaanwasbelasting.

Na de briefing begint de schriftelijke voorbereiding. Fracties stellen dan schriftelijk vragen aan de staatssecretaris, die vervolgens antwoordt via een Memorie van Antwoord. Die fase neemt doorgaans enkele weken tot een maand in beslag.

Daarna volgt het plenaire debat in de Eerste Kamer, en uiteindelijk de stemming. Op basis van de huidige planning wordt de stemming verwacht in het voorjaar van 2026. Media als het Financieele Dagblad noemen mei als mogelijke richtmaand, maar dat is nog niet officieel bevestigd.

eerste kamerwetgevingvoortgang36748
24 februari 2026

Eerste Kamer start behandeling van de Wet Werkelijk Rendement Box 3

De commissie voor Financiën van de Eerste Kamer bespreekt vandaag de procedure voor behandeling van wetsvoorstel 36.748. Dat is de eerste stap in het Eerste Kamertraject. Een stemming is er voorlopig nog niet, maar de klok tikt.

Vandaag, 24 februari 2026, bespreekt de commissie voor Financiën (FIN) van de Eerste Kamer de procedure voor behandeling van wetsvoorstel 36.748, de Wet Werkelijk Rendement Box 3. Dat is de eerste formele stap nu het wetsvoorstel vanuit de Tweede Kamer is doorgestuurd.

Bron: eerstekamer.nl

In de Eerste Kamer begint de behandeling van een wetsvoorstel altijd met het vaststellen van de procedure. De commissie bepaalt dan hoe en wanneer ze het wetsvoorstel wil behandelen. Denk aan: wanneer is de inbrengdatum voor schriftelijke vragen, wil de commissie een deskundigenbijeenkomst, en hoe lang mag het kabinet de tijd voor een antwoord?

Pas daarna volgen de eigenlijke stappen:

1. Schriftelijke voorbereiding: senatoren stellen vragen, de staatssecretaris antwoordt via een Memorie van Antwoord

internationaaldubbele belastingbuitenlands vermogenemigratie
23 februari 2026

Box 3 en buitenlandse bezittingen: risico op dubbele belasting vanaf 2028

Het nieuwe box 3-stelsel maakt Nederland internationaal opnieuw een 'vreemde eend in de bijt'. Voor beleggers met buitenlandse bezittingen of vastgoed kan het vermogensaanwasregime leiden tot dubbele belastingheffing, en de regels voor voorkoming zijn nog maar op hoofdlijnen uitgewerkt.

De meeste landen belasten vermogenswinsten pas op het moment van verkoop, de realisatiebasis. Nederland gaat vanaf 2028 voor aandelen en beleggingsfondsen juist de andere kant op: jaarlijkse heffing over ongerealiseerde waardestijgingen. Dat verschil in timing creëert een nieuw probleem voor iedereen met buitenlandse bezittingen.

Stel dat je aandelen bezit in een Amerikaans bedrijf. De VS belast de koerswinst pas als je verkoopt. Nederland belast diezelfde koerswinst al jaarlijks. Er is geen moment waarop beide landen over hetzelfde inkomen heffen, want ze hanteren simpelweg een andere definitie van het moment van belastbaarheid. Het gevolg kan zijn dat je over hetzelfde vermogen belasting betaalt in twee landen, zonder dat een belastingverdrag daarvoor een oplossing biedt.

Dit signaleerde belastingadviseur Rutger van Esch (BDO Tax & Legal) in het februari-nummer van het Vakblad Estate Planning. Zijn conclusie: Nederland wordt internationaal gezien opnieuw een 'vreemde eend in de bijt'.

Veel landen heffen bronbelasting op dividenden die naar Nederland worden overgemaakt. In het huidige stelsel kun je die bronbelasting verrekenen met je box 3 heffing, maar de regels daarvoor veranderen in 2028.

Het kabinet wil een zogeheten 'tweede limiet' invoeren voor de verrekening van buitenlandse bronbelastingen. Dat houdt in dat de verrekeningsregels worden uitgebreid met een voortwentelingsregeling, zodat bronbelasting die je in een jaar niet kunt verrekenen, je doorschuift naar volgende jaren. Ook de 'gezamenlijke methode', waarbij inkomsten uit verschillende landen worden gecombineerd voor het berekenen van de verrekeningslimiet, wordt relevant voor box 3.

eerste kamerwetgevingvoortgang
22 februari 2026

Stand van zaken: Eerste Kamer heeft nog niet gestemd

De Wet Werkelijk Rendement Box 3 is door de Tweede Kamer aangenomen, maar de Eerste Kamer moet de wet nog behandelen en goedkeuren. Tot die tijd is de wet nog niet definitief.

Op 12 februari 2026 stemde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer in met de Wet Werkelijk Rendement Box 3. Daarmee is een belangrijke stap gezet richting een fundamentele herziening van de vermogensbelasting.

Maar de wet is nog niet definitief. In het Nederlandse wetgevingsproces moet ook de Eerste Kamer instemmen. Zolang dat niet is gebeurd, kan de wet nog worden verworpen, gewijzigd of uitgesteld.

De Eerste Kamer (ook wel de Senaat) toetst wetgeving primair op kwaliteit, uitvoerbaarheid en grondwettelijkheid, niet op politieke wenselijkheid. Het is gebruikelijk dat de Eerste Kamer kritische vragen stelt, zeker bij complexe belastingwetgeving.

Bij de behandeling zal naar verwachting aandacht uitgaan naar:

·Uitvoerbaarheid: kan de Belastingdienst de wet in 2028 daadwerkelijk uitvoeren?
vermogenswinstbelastingaanwasbelastingkabinetsplannenwetgeving
22 februari 2026

Vermogenswinstbelasting: wat er echt staat te gebeuren (en wat niet)

Veel verwarring over de plannen van het nieuwe kabinet rond vermogenswinstbelasting. We zetten de feiten op een rij: wat is er aangenomen, wat is een plan, en wat is wishful thinking.

Op sociale media en in familiegesprekken klinkt het soms alsof de overheid heeft besloten om ongerealiseerde koerswinsten toch maar niet te belasten. "Ze gaan toch over op vermogenswinstbelasting," wordt gezegd. "Aandelen worden pas belast als je ze verkoopt."

Dat klopt niet. En die misvatting kan leiden tot verkeerde keuzes.

Hieronder zetten we precies uiteen wat er is aangenomen, wat een politieke ambitie is, en waarom die ambitie lang niet zeker is.

---

Twee begrippen staan centraal in dit debat.

rendementspercentages2025belastingdienst
21 februari 2026

Definitieve rendementspercentages 2025 voor box 3 vastgesteld

De Belastingdienst heeft de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor 2025 in box 3 vastgesteld. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nu officieel bevestigd.

De Belastingdienst heeft de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor het belastingjaar 2025 in box 3 gepubliceerd. Dit zijn de percentages die gelden voor het huidige interim-systeem, dat van kracht is totdat de Wet Werkelijk Rendement in werking treedt per 1 januari 2028.

De vastgestelde percentages voor 2025:

·Banktegoeden: 1,37% (definitief)
·Overige bezittingen (aandelen, beleggingsfondsen, crypto, vastgoed): 5,88%
·Schulden: 2,70% (aftrekbaar)
wetgevingtweede kamerwerkelijk rendement
12 februari 2026

Tweede Kamer stemt in met Wet Werkelijk Rendement Box 3

Op 12 februari 2026 stemde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer in met de Wet Werkelijk Rendement Box 3. De wet introduceert belasting op werkelijk rendement, inclusief ongerealiseerde koerswinsten, met beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2028.

De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2026 met een ruime meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement Box 3. Dit betekent dat het huidige interim-systeem (gebaseerd op fictieve rendementen per vermogenscategorie) per 1 januari 2028 wordt vervangen door een systeem dat het daadwerkelijk behaalde rendement belast.

De nieuwe wet introduceert de volgende fundamentele wijzigingen:

·Belasting op werkelijk rendement: In plaats van fictieve rendementen worden de daadwerkelijk behaalde opbrengsten belast: dividenden, rente, huurinkomsten en ongerealiseerde koerswinsten.
·Mark-to-market voor beleggingen: De jaarlijkse stijging van de portefeuillewaarde telt als belastbaar rendement, ook als er geen aandelen zijn verkocht.
·Verliesverrekening: Verliezen zijn verrekenbaar met winsten in latere jaren (carry forward).
inwerkingtredingplanningeerste kamer
1 januari 2025

Inwerkingtreding verschoven: wet gaat in per 1 januari 2028

Na de goedkeuring door de Tweede Kamer is bevestigd dat de Wet Werkelijk Rendement Box 3 per 1 januari 2028 in werking treedt, een jaar later dan aanvankelijk gepland. De Eerste Kamer moet de wet nog goedkeuren.

Na de goedkeuring door de Tweede Kamer op 12 februari 2026 is bevestigd dat de Wet Werkelijk Rendement Box 3 per 1 januari 2028 in werking treedt. Dit is een jaar later dan de aanvankelijk geplande datum van 1 januari 2027.

De vertraging geeft belastingplichtigen, uitvoeringsorganisaties en financiële instellingen meer tijd om zich voor te bereiden op het nieuwe systeem.

Een belangrijk aandachtspunt: de wet is nog niet definitief aangenomen. De Eerste Kamer (Senaat) moet de wet nog behandelen en goedkeuren. Pas na goedkeuring door de Eerste Kamer is de wet formeel aangenomen.

De Eerste Kamer kan:

·De wet goedkeuren (wet treedt in werking per 2028)
hoge raadrechtshersteluitspraak
6 juni 2024

Hoge Raad: werkelijk rendement leidend bij lagere opbrengst dan fictief

De Hoge Raad bevestigt dat belastingplichtigen in het overgangsrechtssysteem (2017-2022) recht hebben op individuele toetsing wanneer het werkelijk behaalde rendement lager was dan het fictieve rendement. Dit heeft grote gevolgen voor lopende bezwaarprocedures.

In december 2021 deed de Hoge Raad een baanbrekende uitspraak: het Box 3-systeem schond het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het systeem belastte belastingplichtigen op basis van een hoog fictief rendement, terwijl spaarders in werkelijkheid veel minder verdienden door de lage rente.

Dit leidde tot een massaal bezwaarproces en uiteindelijk tot rechtsherstel voor de jaren 2017-2022.

Op 6 juni 2024 heeft de Hoge Raad verdere duidelijkheid gegeven over de reikwijdte van het rechtsherstel. De kernvraag was: heeft elke belastingplichtige recht op individuele toetsing, of alleen degenen die tijdig bezwaar hadden ingediend?

De Hoge Raad oordeelde dat belastingplichtigen die kunnen aantonen dat hun werkelijk rendement lager was dan het fictieve rendement, recht hebben op herbeoordeling, ook als de reguliere bezwaartermijn al was verstreken.

Dit is een significante uitbreiding van de groep belastingplichtigen die recht heeft op compensatie.