Ongerealiseerde winst belast
Het verschil tussen gerealiseerde en ongerealiseerde winst klinkt technisch. Maar het bepaalt of u belasting betaalt over geld dat u daadwerkelijk heeft, of over papieren winst die morgen weer weg kan zijn.
Gerealiseerd vs. ongerealiseerd
Gerealiseerde winst ontstaat op het moment dat u een belegging verkoopt. U ontvangt het geld op uw rekening. U heeft liquiditeit. Pas dan betaalt u belasting. Dit is het principe dat de meeste landen hanteren voor vermogenswinstbelasting.
Ongerealiseerde winst is de stijging van uw belegging op papier. Uw aandelen zijn meer waard dan toen u ze kocht. Maar u heeft ze niet verkocht. U heeft geen geld ontvangen. De winst bestaat alleen als getal op uw scherm.
Het nieuwe Box 3-systeem (Wet Werkelijk Rendement, van kracht per 2028) belast werkelijk rendement. Dat omvat dividenden en huurinkomsten, maar ook de waardestijging van uw beleggingen, ongeacht of u ze heeft verkocht. U betaalt 36% over de koerswinst van uw aandelen, ook als u ze nog steeds in bezit heeft.
Simpel voorbeeld:
U koopt aandelen voor €10.000. Aan het einde van het jaar zijn ze €11.000 waard. U verkoopt niets. Toch betaalt u 36% over €1.000 = €360 belasting, terwijl u nog steeds dezelfde aandelen bezit.
Het samengesteld rendement vernietigd
Samengesteld rendement werkt doordat winst opnieuw wordt belegd, en vervolgens ook rendement oplevert. Dit is het krachtigste mechanisme achter vermogensopbouw op lange termijn. Belasting op ongerealiseerde winst treft dit mechanisme precies op de verkeerde plek: elk jaar wordt een deel van de groei afgeroomd, voordat het de kans krijgt om verder te groeien.
Neem een belegger die €100.000 inlegt en 7% jaarlijks rendement behaalt.
Zonder belasting op papierwinst
Met 36% belasting op jaarlijkse winst
Verschil na 30 jaar: €389.750 minder vermogen
Dat is 51% van het eindvermogen dat u zou hebben gehad zonder belasting op ongerealiseerde winst. Het geld bestaat nooit: het is elk jaar wegbelast voordat het kon groeien.
Belast op winst die verdampt
Belasting op ongerealiseerde winst wordt berekend op basis van de waarde aan het einde van het belastingjaar. Maar markten bewegen. De waarde op 31 december kan daarna instorten, terwijl de belastingaanslag al verstuurd is.
Stel: een belegger heeft €200.000 in technologieaandelen.
Nettowaarde na belasting: €159.600. Dat is €40.400 minder dan de beginwaarde.
De belegger verliest geld over een jaar waar de markt eindigde met winst (+5%), maar de belasting op de tussentijdse piek betekent een reëel verlies.
Gedwongen verkopen om belasting te betalen
Dit is het meest concrete voorbeeld van wat belasting op ongerealiseerde winst in de praktijk betekent. De belegger heeft geen liquide middelen om de aanslag te betalen. Het enige dat hij heeft, zijn de beleggingen zelf. Hij moet verkopen om de belastingdienst te betalen.
Stel: een ondernemer heeft zijn spaargeld over de jaren opgebouwd in een aandelenpakket van €400.000 in een groeibedrijf. Hij ontvangt geen dividend. Zijn salaris gaat op aan de levenskosten.
Jaarlijkse cyclus van gedwongen verkoop
| Jaar | Portfoliowaarde | Groei (12%) | Belasting (36%) | Verkoop verplicht |
|---|---|---|---|---|
| 1 | €400.000 | +€48.000 | €17.280 | €17.280 |
| 2 | €430.720 | +€51.686 | €18.607 | €18.607 |
| 3 | €463.799 | +€55.656 | €20.036 | €20.036 |
| 5 | €537.208 | +€64.465 | €23.207 | €23.207 |
| 10 | €719.504 | +€86.340 | €31.082 | €31.082 |
Aanname: 12% jaarlijkse koersstijging, geen dividend, geen andere liquide middelen. Belasting = 36% over de jaarlijkse winst.
In jaar 10 moet hij €31.082 verkopen om zijn belastingaanslag te betalen.
Die aandelen kunnen daarna niet meer groeien. Niet alleen betaalt hij belasting over papieren winst: hij verliest ook het toekomstig rendement op de verkochte aandelen. Het is een dubbele klap voor zijn vermogen.
Waarom kiest Nederland hier toch voor?
Het huidige Box 3-systeem (fictief rendement) werd door de Hoge Raad in 2021 en 2024 onrechtmatig verklaard, omdat het te ver afweek van de werkelijkheid voor spaarders en beleggers met laag rendement. De wetgever moest een nieuw systeem ontwerpen dat dichter bij het werkelijke rendement ligt.
Het alternatief, een vermogenswinstbelasting op gerealiseerde winst, is ook een optie, en werd door een minderheid in de Tweede Kamer bepleit. Dat systeem belast pas bij verkoop. Het nadeel voor de overheid: de opbrengst is onzeker en uitgesteld, en beleggers kunnen belasting uitstellen door niet te verkopen.
De Wet Werkelijk Rendement koos voor jaarlijkse heffing over het werkelijke rendement inclusief ongerealiseerde koersstijging. Dit garandeert de overheid een stabiele, jaarlijkse belastingopbrengst, maar legt de liquiditeitsdruk bij de belegger.
Bereken uw persoonlijke impact
Gebruik onze calculator om te zien hoeveel belasting u betaalt in 2026 (fictief rendement) en 2028 (werkelijk rendement inclusief ongerealiseerde winst), en wat alternatieven voor u kunnen opleveren.
Kernpunten
- ·Ongerealiseerde winst = waardestijging zonder verkoop
- ·Wet Werkelijk Rendement belast ook papieren winst
- ·36% over jaarlijkse koersstijging, ook zonder liquiditeit
- ·Compounding-effect over 30 jaar: 51% minder eindvermogen
- ·Bij gebrek aan liquiditeit: gedwongen verkoop
- ·Alternatief (gerealiseerde winst) werd afgewogen maar verworpen
De Wet Werkelijk Rendement is aangenomen door de Tweede Kamer op 12 februari 2026. Minister Heinen kondigt op 25 februari 2026 aan het wetsvoorstel aan te passen na kritiek van de Eerste Kamer. Ingangsdatum 2028 onzeker.
De berekeningen in de voorbeelden zijn illustratief. Ze zijn gebaseerd op vereenvoudigde aannames (constant rendement, geen inflatie, geen andere aftrekposten). Raadpleeg een belastingadviseur voor uw persoonlijke situatie.