Laatste nieuws

Belastingupdates

Volg de laatste ontwikkelingen rondom Box 3 en de Wet Werkelijk Rendement

rendementspercentages2025belastingdienst
21 februari 2026

Definitieve rendementspercentages 2025 voor box 3 vastgesteld

De Belastingdienst heeft de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor 2025 in box 3 vastgesteld. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nu officieel bevestigd.

De Belastingdienst heeft de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor het belastingjaar 2025 in box 3 gepubliceerd. Dit zijn de percentages die gelden voor het huidige interim-systeem, dat van kracht is totdat de Wet Werkelijk Rendement in werking treedt per 1 januari 2028.

De vastgestelde percentages voor 2025:

- Banktegoeden: 1,44% (definitief)

- Overige bezittingen (aandelen, beleggingsfondsen, crypto, vastgoed): 5,88%

- Schulden: 2,47% (aftrekbaar)

wetgevingtweede kamerwerkelijk rendement
10 februari 2026

Tweede Kamer stemt in met Wet Werkelijk Rendement Box 3

Op 10 februari 2026 stemde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer in met de Wet Werkelijk Rendement Box 3. De wet introduceert belasting op werkelijk rendement, inclusief ongerealiseerde koerswinsten, met beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2028.

De Tweede Kamer heeft op 10 februari 2026 met een ruime meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement Box 3. Dit betekent dat het huidige interim-systeem — gebaseerd op fictieve rendementen per vermogenscategorie — per 1 januari 2028 wordt vervangen door een systeem dat het daadwerkelijk behaalde rendement belast.

De nieuwe wet introduceert de volgende fundamentele wijzigingen:

- Belasting op werkelijk rendement: In plaats van fictieve rendementen worden de daadwerkelijk behaalde opbrengsten belast — inclusief dividenden, rente, huurinkomsten én ongerealiseerde koerswinsten.

- Mark-to-market voor beleggingen: De jaarlijkse stijging van de portefeuillewaarde telt als belastbaar rendement, ook als er geen aandelen zijn verkocht.

- Verliesverrekening: Verliezen zijn verrekenbaar met winsten in latere jaren (carry forward).

inwerkingtredingplanningeerste kamer
1 januari 2025

Inwerkingtreding verschoven: wet gaat in per 1 januari 2028

Na de goedkeuring door de Tweede Kamer is bevestigd dat de Wet Werkelijk Rendement Box 3 per 1 januari 2028 in werking treedt — een jaar later dan aanvankelijk gepland. De Eerste Kamer moet de wet nog goedkeuren.

Na de goedkeuring door de Tweede Kamer op 10 februari 2026 bevestigd dat de Wet Werkelijk Rendement Box 3 per 1 januari 2028 in werking treedt. Dit is een jaar later dan de aanvankelijk geplande datum van 1 januari 2027.

De vertraging geeft belastingplichtigen, uitvoeringsorganisaties en financiële instellingen meer tijd om zich voor te bereiden op het nieuwe systeem.

Een belangrijk aandachtspunt: de wet is nog niet definitief aangenomen. De Eerste Kamer (Senaat) moet de wet nog behandelen en goedkeuren. Pas na goedkeuring door de Eerste Kamer is de wet formeel aangenomen.

De Eerste Kamer kan:

- De wet goedkeuren (wet treedt in werking per 2028)

hoge raadrechtshersteluitspraak
6 juni 2024

Hoge Raad: werkelijk rendement leidend bij lagere opbrengst dan fictief

De Hoge Raad bevestigt dat belastingplichtigen in het overgangsrechtssysteem (2017-2022) recht hebben op individuele toetsing wanneer het werkelijk behaalde rendement lager was dan het fictieve rendement. Dit heeft grote gevolgen voor lopende bezwaarprocedures.

In december 2021 deed de Hoge Raad een baanbrekende uitspraak: het Box 3-systeem schond het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het systeem belastte belastingplichtigen op basis van een hoog fictief rendement, terwijl spaarders in werkelijkheid veel minder verdienden door de lage rente.

Dit leidde tot een massaal bezwaarproces en uiteindelijk tot rechtsherstel voor de jaren 2017-2022.

Op 6 juni 2024 heeft de Hoge Raad verdere duidelijkheid gegeven over de reikwijdte van het rechtsherstel. De kernvraag was: heeft elke belastingplichtige recht op individuele toetsing, of alleen degenen die tijdig bezwaar hadden ingediend?

De Hoge Raad oordeelde dat belastingplichtigen die kunnen aantonen dat hun werkelijk rendement lager was dan het fictieve rendement, recht hebben op herbeoordeling — ook in gevallen waarbij de reguliere bezwaartermijn was verstreken.

Dit is een significante uitbreiding van de groep belastingplichtigen die recht heeft op compensatie.