Belasting Uitleg

Box 3 Belasting Uitleg

Van de Hoge Raad uitspraak tot de Wet Werkelijk Rendement — alles wat u moet weten.

1

Achtergrond: de weg naar werkelijk rendement

Op 24 december 2021 deed de Hoge Raad een baanbrekende uitspraak: het toenmalige Box 3-systeem schond het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel. Het systeem ging er vanuit dat belastingplichtigen een hoog fictief rendement behaalden, terwijl de werkelijkheid — zeker voor spaarders — veel lager lag.

Als gevolg hiervan moest de Belastingdienst 'rechtsherstel' bieden voor de jaren 2017-2022. Miljoenen belastingplichtigen ontvingen een teruggave of herziene aanslag.

In juni 2024 deed de Hoge Raad opnieuw een belangrijke uitspraak: ook bij het overgangsrechtssysteem (2017-2022) moest individueel toetsing plaatsvinden wanneer het werkelijk rendement lager was dan het fictieve rendement.
2

Het huidige systeem (2023-2026)

In afwachting van de definitieve nieuwe wet geldt er een interim-systeem op basis van categorieën. Elk vermogenscategorie heeft een eigen fictief rendement:

CategorieFictief rendementBelasting (36%)
Banktegoeden1,44%0,52%
Beleggingen (overige bezittingen)6,04%2,17%
Onroerend goed6,04%2,17%
Schulden (aftrekbaar)2,47%-0,89%
Heffingsvrij vermogen 2025: €57.684 per persoon (€115.368 per fiscale partners). Alleen het vermogen boven dit bedrag wordt belast.

Rekenvoorbeeld — huidige situatie

Situatie: €200.000 volledig belegd (geen fiscale partner)

Totaal vermogen€200.000
Af: heffingsvrij-€57.684
Belastbaar vermogen€143.000
Fictief rendement (6,04%)€8.637
Belasting (36%)€3.109
3

De nieuwe wet: Wet Werkelijk Rendement (2028)

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel. De wet introduceert belasting op het werkelijk behaalde rendement — en dat is een fundamentele verandering.

Wat valt wél onder rendement

  • Dividenden en rentebetalingen
  • Ongerealiseerde koerswinsten (jaarlijkse stijging)
  • Huurinkomsten
  • Jaarlijkse waardestijging vastgoed
  • Verkoopwinsten bij realisatie

Compenserende maatregelen

  • Verliezen zijn verrekenbaar met toekomstige winsten
  • Heffingsvrij vermogen blijft bestaan
  • Belastingtarief blijft 36%
  • Overgangsregeling voor lopende posities
Liquiditeitsprobleem: U moet wellicht aandelen of vastgoed verkopen om de belasting op ongerealiseerde winsten te kunnen betalen — ook als u dat niet wilde.
4

Het compounding probleem

Het grootste nadeel van de nieuwe Box 3 wet is het effect op samengesteld rendement. Elke euro die u aan belasting betaalt op ongerealiseerde winst, kan niet meer groeien.

20-jaar projectie: €200.000 bij 7% rendement

Geen belasting
€773.937
Theoretisch maximum
Box 2 BV
≈ €580.000
Na exit-belasting
Box 3 (nieuw)
≈ €490.000
Na jaarlijkse heffing

* Indicatieve berekening. Gebruik onze calculator voor uw persoonlijke situatie.

Bereken uw situatie
5

Impact per vermogenscategorie

Spaarders

Beperkt

Rente is al een 'gerealiseerde' opbrengst. Bij lage spaarrente is de belasting beperkt. Relatief weinig verandering ten opzichte van het huidige systeem.

Aandelenbeleggers / ETF-beleggers

Hoog

Het hardst getroffen. Jaarlijkse mark-to-market belasting op de koersstijging, ook zonder verkoop. Grote impact op buy-and-hold strategie.

Vastgoedbeleggers

Zeer hoog

Dubbele heffing: huurinkomsten én waardestijging van het pand worden belast. Vastgoed is illiquide, wat het liquiditeitsprobleem verergert.

Pensioenopbouw privé

Structureel

Nettovermogen op pensioenleeftijd significant lager door jaarlijkse heffingen. Langere horizons worden proportioneel harder geraakt.

6

Rechtsonzekerheid — de wet kan nog wijzigen

Let op: Een Kamermeerderheid heeft verzocht om een apart wetsvoorstel voor een vermogenswinstbelasting (bij Prinsjesdag 2028) die ongerealiseerde koerswinsten uitsluit. De definitieve vorm van de wet is dus nog onzeker.

Wij houden deze pagina actueel bij alle relevante wijzigingen. Schrijf u in voor onze nieuwsbrief om als eerste op de hoogte te zijn.

Bekijk alle updates